Voorwaarden

Onder welke voorwaarden heb ik recht op de belastingvermindering voor kinderopvang?

  • De uitgaven moeten gedaan zijn voor het vergoeden van kinderopvang buiten de normale lesuren tijdens dewelke het kind onderwijs volgt.

    Hieronder vallen onder meer de kosten voor:

    • de kinderopvang voor de aanvang van de lessen (voorschoolse opvang)
    • de kinderopvang tijdens de middagpauze
    • de kinderopvang na de normale lesuren (naschoolse opvang)
    • de kinderopvang tijdens alle vakanties (zoals bijvoorbeeld vakantiekampen georganiseerd door de jeugdbewegingen, de speelpleinwerking georganiseerd door de gemeenten, diverse stages voor sport, wetenschap, cultuur, taal ...)
    • de kinderopvang tijdens schoolvrije dagen
    • de kinderopvang tijdens weekends
    • de opvang van kinderen in internaten
    • de opvang van kinderen die nog niet naar school gaan
    • de professionele opvang aan huis van zieke kinderen (voor uitgaven vanaf het jaar 2020).
      Het moet dus gaan om de opvang aan huis van zieke kinderen door een professionele oppasser (iemand die zich beroepsmatig bezighoudt met het opvangen van en zorgen voor kinderen). Dat wil zeggen:
      • een werknemer of zelfstandige die gestuurd wordt door een organisatie, of
      • een zelfstandige die door de ouders zelf wordt benaderd.
      De organisatie die oppassers stuurt, hoeft niet uitsluitend opvang van zieke kinderen te organiseren. Zoals voor alle andere vormen van kinderopvang, worden de kosten voor informele kinderopvang door ouders, vrienden … dus niet als uitgaven voor kinderopvang beschouwd.
      Dat geldt met name voor de kinderopvang aan huis die wordt aangeboden door bepaalde ziekenfondsen.

    Eventuele bijkomende kosten zoals maaltijdkosten, schoolkosten, kledijkosten ... worden niet beschouwd als opvangkosten en komen dus niet in aanmerking voor de belastingvermindering.

    Ook de volgende kosten worden niet als uitgaven voor kinderopvang beschouwd:

    • bijkomende kosten voor cursussen gegeven in het kader van onderwijs
    • de uitgaven voor bosklassen, sneeuwklassen, openluchtklassen, zeeklassen en andere schoolreizen
    • de uitgaven voor bijles
    • lidgelden van verenigingen
  • De uitgaven moeten gedaan zijn voor kinderopvang in de Europese Economische Ruimte.

    De kinderopvang kan zowel in België als in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte gebeuren.

    Tot op heden maken volgende landen deel uit van de Europese Economische Ruimte: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, IJsland, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slovakije, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.

  • De uitgaven moeten gedaan zijn voor de opvang van kinderen die jonger zijn dan 14 jaar (of jonger dan 21 jaar voor kinderen met een zware handicap).

    Vanaf zijn veertiende of eenentwintigste verjaardag komen de uitgaven voor de opvang van uw kind niet meer in aanmerking voor de belastingvermindering.

    Opgelet! U moet rekening houden met de werkelijke leeftijd van uw kind op het tijdstip waarop het werd opgevangen in 2020 en dus niet met de leeftijd op 1 januari van het aanslagjaar of wanneer u uw belastingaangifte invult in 2021.

    Voorbeeld:

    Mijnheer Janssens heeft zijn zoon het hele jaar 2020 laten opvangen. Op 5 juli 2020 werd hij 14 jaar oud. In 2021 kan mijnheer Janssens alleen de uitgaven voor de opvang van zijn zoon van 1 januari tot en met 4 juli 2020 aangeven.

  • De uitgaven moeten gedaan zijn voor de opvang van kinderen die te uwen laste zijn of voor wie de helft van het belastingvoordeel aan u moet worden toegekend (co-ouderschap).

    • Het kind is fiscaal te uwen laste
      Voor de voorwaarden om een kind ten laste te nemen: zie Kinderen ten laste
    • De helft van het belastingvoordeel wordt aan u toegekend (co-ouderschap)
      Voor de voorwaarden om de helft van het belastingvoordeel voor kinderen ten laste te krijgen: zie Co-ouderschap
  • U moet beroepsinkomsten hebben.

    De beroepsinkomsten omvatten onder andere de bezoldigingen, pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, andere vervangingsinkomsten, winst, baten….

    Opgelet! Als u en uw echtgenoot of wettelijk samenwonende partner samen belast worden, volstaat het dat één van beiden beroepsinkomsten heeft om aan deze voorwaarde te voldoen.

  • De kosten moeten aan welbepaalde instellingen of personen betaald zijn.

    Het betreft:

    • instellingen of opvangvoorzieningen die worden erkend, goedgekeurd, gesubsidieerd of  gecontroleerd door, of die onder toezicht staan van, of waaraan een kwaliteitslabel is toegekend (vanaf het aanslagjaar 2022, uitgaven van het jaar 2021) door Kind en Gezin (K&G)/Opgroeien regie (Vlaamse Gemeenschap), het Office de la Naissance et de l'Enfance (ONE) (Franse Gemeenschap) of de regering van de Duitstalige Gemeenschap
    • instellingen of opvangvoorzieningen die worden erkend, goedgekeurd, gesubsidieerd of gecontroleerd door de lokale openbare besturen of openbare besturen van de gemeenschappen, andere dan K&G/Opgroeien regie, ONE of de regering van de Duitstalige Gemeenschap, of van de gewesten
    • instellingen of opvangvoorzieningen die worden erkend, goedgekeurd, gesubsidieerd of gecontroleerd door buitenlandse openbare instellingen gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte
    • kinderdagverblijven of zelfstandige opvangvoorzieningen die onder toezicht staan van K&G/Opgroeien regie, ONE, de regering van de Duitstalige Gemeenschap of buitenlandse openbare instellingen gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte
    • instellingen of opvangvoorzieningen die verbonden zijn met de school of de inrichtende macht van de school

     Niet exhaustieve lijst van de verschillende opvangvoorzieningen (PDF, 52.16 KB) (volgens de inrichtende organisatie)

    Voor meer informatie kunt u de inrichtende organisaties rechtstreeks contacteren.

    Om na te gaan of een opvangvoorziening of kinderdagverblijf onder toezicht staat van een buitenlandse openbare instelling gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte moet u de instelling zelf contacteren.

  • U moet de opvang en het betaalde bedrag kunnen bewijzen met de nodige documenten.

    U moet de documenten ter beschikking van de administratie houden (u moet ze dus niet bij uw aangifte voegen) die de volgende zaken aantonen:

    • de echtheid en het bedrag van de uitgaven
    • de volledige identiteit of benaming van de personen, scholen, instellingen en openbare besturen waaraan de uitgaven voor de opvang van kinderen worden betaald
    • de naleving van de voorwaarden met betrekking tot de aftrek van de uitgaven voor de opvang van kinderen

    De administratie werkt aan een nieuw model van attest dat de instanties en opvangvoorzieningen (aan wie de uitgaven betaald werden) kunnen invullen als ze erkend, goedgekeurd, gesubsidieerd of gecontroleerd zijn, of onder toezicht staan, of een kwaliteitslabel gekregen hebben (vanaf aanslagjaar 2022, uitgaven van het jaar 2021). Wanneer dat attest correct door voormelde instanties en opvangvoorzieningen is ingevuld, geldt het als bewijsstuk. De manier waarop het nieuwe attest moet ingevuld worden, zal gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad.

    Het attest is echter geen verplicht document voor uitgaven in het jaar 2020 (aanslagjaar 2021).

    Opgelet!

    Vanaf de uitgaven van het jaar 2020 (aanslagjaar 2021) zijn de voorwaarden voor de belastingvermindering voor uitgaven voor kinderopvang gewijzigd:

    • de leeftijdsgrens voor kinderen (14 en 21 jaar in geval van een ernstige handicap in plaats van 12 en 18 jaar)
    • het maximumbedrag van de uitgaven (13 euro per dag en per kind voor de uitgaven van het jaar 2020)
    • de soort opvang die in aanmerking komt (rekening houdend met professionele opvang van zieke kinderen)

    De wet, die de nieuwe wettelijke voorwaarden bepaalt, werd echter pas op het einde van het jaar gepubliceerd. Veel organisaties hebben het afgelopen jaar vermoedelijk dus attesten uitgegeven die gebaseerd zijn op de oude wettelijke voorwaarden. Anderen zullen dan weer geen attest ontvangen hebben, omdat de opvang van hun kind niet onder de voorwaarden voor belastingvermindering viel (bijvoorbeeld als het kind 13 jaar oud was op het ogenblik van de opvang).

    In al die gevallen geldt het volgende: ofwel geven de opvangvoorzieningen u een attest of een verbeterend attest, ofwel houdt u andere relevante documenten ter beschikking van de administratie (bijvoorbeeld een bewijs van betaling, bevestiging van inschrijving …)

    Vanaf de uitgaven van het jaar 2021 (aanslagjaar 2022) is het nieuwe model van attest verplicht. U komt alleen in aanmerking voor een belastingvermindering wanneer u over het attest beschikt.

    Voor dit fiscaal voordeel mogen de betrokken uitgaven worden betaald door een andere persoon dan uzelf.

    Voorbeelden:

    • Betaling van de uitgaven door uw partner of echtgenoot;
    • Betaling van de uitgaven door een familielid.

    De kosten voor kinderoppas mogen dus ook door uw echtgenoot worden betaald zelfs wanneer jullie als alleenstaanden worden belast.

    Voorbeeld:

    Gehuwden waarvan één van beide Europees ambtenaar is en die als alleenstaanden worden belast.